Hoe word je comfortabel op de weg?

highway

Veel mensen vinden verkeersonderwijs onaangenaam, misschien haten ze het zelfs. Dat is niet noodzakelijkerwijs omdat je er niet veel van leert. Het is waarschijnlijker omdat je verwacht dat er geweld en stress bij komt kijken. Als je snel gestrest bent of bang bent om in gevaar te komen, dan moet je waarschijnlijk niet leren autorijden. Hieronder volgen tips voor het leren van je theorie-examen.

Het eerste wat u moet doen is het u gemakkelijk maken. Het is zeer belangrijk dat u comfortabel in uw voertuig zit en dat u alle bedieningselementen gemakkelijk kunt gebruiken. De auto moet er ook in orde uitzien. Het is een stuk comfortabeler als u achterin zit en uw benen ontspannen heeft dan wanneer u voorin zit.

Houd rekening met andere mensen en met wat er op de weg gebeurt. Als u ‘s nachts, in de regen, in een heuvelachtig gebied of om de hoek rijdt, kan het gebeuren dat u een anderszins bevredigende manoeuvre maakt en dan merkt dat de weg ongelijk is of dat er een dip in de weg zit. U moet altijd uw spiegels gebruiken en kijken voordat u verder rijdt om uit te wijken.

Hoewel de rijmethoden het hele jaar door veranderen, kun je tijdens je ZZP rijinstructeur veel oefenen. De volgende tips zullen je helpen om je comfortabel te voelen op de weg

1. Kijk goed vooruit. Als u van rechts naar links rijdt en omgekeerd, let dan op wat er voor u gebeurt en rem af.

2. En wees vooral alert op verkeersborden. Ze zeggen dat elke weg anders is en dat je het altijd op een andere manier moet doen. Op een tweerichtingsweg bijvoorbeeld krijgt een afslag naar links altijd groen licht bij het naderen, maar bij een afslag naar rechts moet de afslag in de verkeersstroom worden gemaakt en groen licht krijgen. In beide gevallen is het altijd geel licht.

3. En wees altijd voorzichtig als u wilt afslaan. Op een drukke straat is het uiteraard veiliger als u achteruit rijdt, zodat de auto meer tijd heeft om de manoeuvre uit te voeren. Het is moeilijker om met hoge snelheid een bocht te maken.

4. En vergeet niet dat u altijd kunt stoppen bij een oversteekplaats als dat nodig is. Wanneer u stopt, draai u dan om en kijk uit naar kinderen of andere gevaren.

5. En zoek naar de werkelijke maximumsnelheid, die meestal op meters is geschilderd, hoe lager het getal betekent de maximumsnelheid. Als u het echter niet op het bord kunt zien, dan is het een waarschuwingsbord.

6. Steek paden over voordat u stopt. Wanneer u een gebied bereikt waar u moet stoppen, controleer dan of er een lijn is die aangeeft dat u dat moet doen. Is die lijn er niet, ga dan door en laat u terugzakken.

7. Vergeet nooit dat u verantwoordelijk bent voor het verkeer en de manier waarop de anderen reizen. Denk er aan!

Leave a Reply

Your email address will not be published.